Lopende onderzoeken Curaçao

De Raad dient conform art.33 van de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving jaarlijks de Staat van de rechtshandhaving aan te bieden aan de ministers, respectievelijk de Staten en de Tweede Kamer. Op basis van de inspecties die de Raad de afgelopen jaren heeft uitgevoerd, wordt het in toenemende mate mogelijk om breder en diepgaander oordeel te formuleren over de staat van de rechtshandhaving in de betrokken landen.

Staat van de rechtshandhaving Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden

De Raad brengt elk jaar een Staat van de rechtshandhaving uit. In de loop van de jaren heeft de Raad een steeds meer omvattend beeld van de rechtshandhaving in de landen en in het Koninkrijk gekregen. De Staat voor de rechtshandhaving neemt daardoor een steeds belangrijker plaats in binnen de werkzaamheden. In 2016 is de Raad, net als in voorgaande jaren, bij de werkzaamheden gestuit op knelpunten bij de organisaties die deel uitmaken van de justitiële keten. In 2017 zal de Raad over de landen en de BES-eilanden een uitgebreide Staat van de rechtshandhaving uitbrengen, waarin specifiek zal worden ingegaan op oorzaak en gevolgen van de eerder gesignaleerde knelpunten binnen de justitiële keten.

De Raad is bevoegd tot het verrichten van inspecties naar het functioneren van de detentie inrichtingen. Naar aanleiding van een verzoek van de betrokken ministers zal de Raad de komende jaren extra aandacht besteden aan het monitoren van de opvolging van de aanbevelingen zoals het CPT die heeft gedaan aan de landen. Aangezien dit onderwerp een Koninkrijks aangelegenheid is zal de Raad samenwerken met de Inspectie Veiligheid en Justitie die op verzoek van de minister van Justitie van Aruba bovenvermelde taak zal uitvoeren in de detentie inrichtingen op Aruba.

Detentiewezen Curaçao, Sint Maarten en de Bes-eilanden

In mei 2016 heeft de Raad, in verband met de monitoring van de CPT-aanbevelingen, het eerste plan van aanpak vastgesteld voor een van de in totaal drie onderzoeken naar het detentiewezen, inclusief de CPT-aanbevelingen. De onderzoeken gaan uit van een zestal deelonderwerpen, te weten:

I. Rechtspositie
II. Omgang met gedetineerden
III. Interne veiligheid
IV. Maatschappijbeveiliging
V. Maatschappelijke re-integratie
VI. Personeel & organisatie

Deelonderzoek 1. In 2016 wordt nog onderzoek uitgevoerd naar de deelonderwerpen rechtspositie en personeel & organisatie (I en VI).

Deelonderzoek 2. Dit deelonderzoek betreft omgang met gedetineerden en maatschappelijke re-integratie (II en V). Uitvoering in 2017

Deelonderzoek 3. Dit deelonderzoek betreft de deelonderwerpen: interne veiligheid en maatschappijbeveiliging (III en IV).

Onderstaande thema wordt door de secretariaten van Curaçao, Sint Maarten en de Bes-eilanden gezamenlijk uitgevoerd.:

Samenwerking tussen de parketten in eerste aanleg van Sint Maarten, Curaçao en de BES-eilanden

De drie landen beschikken elk over een relatief klein parket. Die parketten moeten in beginsel alles aankunnen en dus generalistisch zijn ingesteld. De schaalgrootte betekent immers dat er beperkte mogelijkheden zijn voor specialismen. De Raad zal onderzoeken in hoeverre de parketten in dit opzicht (kunnen) samenwerken. Daarbij gaat het zowel om keuzes voor het ontwikkelen van specialismen als om de gebruikmaking van elkaars gespecialiseerde deskundigheden.

De secretariaten van Curaçao en de BES-eilanden voeren ieder een onderzoek uit naar het functioneren van de meldkamer.

Meldkamer

Het eerste contact van burgers met de politie verloopt in de meeste gevallen via de meldkamer. De meldkamer ontvangt en beoordeelt meldingen 24 uur per dag en dient ervoor zorg te dragen dat de meldingen zo concreet en volledig mogelijk worden doorgegeven zodat de hulpverlening adequaat kan geschieden. De burger verwacht snel en adequate hulpverlening, die mede afhankelijk is van de kwaliteit van de meldkamer. De Raad zal nagaan in hoeverre de meldkamer toegerust is op haar taakuitvoering. Daarbij zal de Raad de aspecten organisatie en werkwijze van de meldkamer toetsen.

Voor wat betreft Curaçao zullen de volgende onderzoeken worden verricht:

Verkeerscontrole

De veiligheid in het verkeer is gediend met (regelmatige) verkeerscontroles. Verkeershandhaving behoort dan ook integraal onderdeel te vormen van het verkeersbeleid en dient erop gericht te zijn om ondermeer het aantal slachtoffers in het verkeer te verminderen. Controles op de maximale verkeerssnelheid, negeren van verkeersborden, het rijden door rood licht en het alcoholgebruik in het verkeer zijn noodzakelijk en behoren tot de justitiele taak. De Raad zal in dit onderzoek nagaan inhoeverre justitie voldoende in staat is om invulling te geven aan deze taak. De Raad zal de volgende aspecten in zijn onderzoek betrekken: organisatie, personele- en materiele capaciteit en sturing ten behoeve van verkeerscontroles.

Preventief justitieel stelsel

Opsporing en vervolging van strafbare feiten is repressief van aard. In een democratische rechtsstaat is essentieel om met het oog op de criminaliteitsbestrijding naast repressief optreden van de overheid ook en wellicht zelfs voornamelijk preventief op te treden. De effectiviteit van de preventie is afhankelijk van het toezichtstelsel. Het ontbreken of niet sterk genoeg functionerend toezicht biedt immers ruimte voor afscherming van criminele activiteiten. Het Openbaar Ministerie en de politie hebben in het kader van de criminaliteitsbestrijding als taak om waar nodig en mogelijk bestuurlijke rapportages uit te brengen. Deze rapportages kunnen bijdragen tot versterking van het toezichtstelsel. De Raad zal in dit kader nagaan in hoeverre deze organisaties bijdragen tot versterking van het toezicht. Daarbij wordt gekeken naar de kwaliteit van de bestuurlijke rapportages en het effect daarvan.

Afpakteam

De samenwerking van de organisaties die het afpakteam vormen bestaat al twee jaren en is recentelijk verlengd. Alle betrokken organisaties zien de meerwaarde van het team en zijn van oordeel dat de samenwerking moet worden voortgezet. De Raad wenst te onderzoeken of het afpakteam haar doelstellingen heeft gerealiseerd en of de samenstelling en de werkwijze van het afpakteam adequaat zijn om de beoogde resultaten te bereiken. De Raad zal daarbij eventuele knelpunten en verbeterpunten signaleren en zonodig aanbevelingen doen.