De Staat van de rechtshandhaving 2018

WILLEMSTAD – Ingevolge artikel 33 van de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving brengt de Raad voor de rechtshandhaving (hierna: de Raad) jaarlijks een verslag uit naar aanleiding van de bevindingen in het voorgaande jaar.

In het jaar 2018 heeft de Raad het accent gelegd op de veiligheidsontwikkeling. Om de stand van zaken ten aanzien van de geprioriteerde delicten aan te duiden, werden aan de hand van statistieken de ontwikkelingen over de afgelopen jaren weergegeven.

In deze staat bouwt de Raad voort op de Staat van de rechtshandhaving over het jaar 2017 teneinde te kunnen aangeven welke vorderingen zijn geboekt en of de geconstateerde knelpunten zijn opgelost danwel nieuwe knelpunten zijn geconstateerd. Gezien de aard en hoeveelheid niet-opgevolgde aanbevelingen van de Raad is de Raad voornemens om de uitvoering van de aanbevelingen periodiek met de Minister te bespreken.

Bij alle onderzoeken stond centraal de noodzaak aan intensieve(re) samenwerking tussen de justitiële- en de (traditionele) ketenpartners. Een ander steeds terugkerend knelpunt is het gebrek aan financiën. De Raad heeft zich bij de nog niet gepubliceerde onderzoeken beperkt tot het verstrekken van (algemene) informatie met betrekking tot het thema.

Een integrale aanpak is een conditio sine qua non voor een succesvolle uitvoering van het veiligheidsbeleid. Een dergelijke aanpak verhoogt namelijk de effectiviteit van de criminaliteitsbestrijding. De financiële uitdagingen waarmee het land te maken heeft, zouden extra reden moeten zijn om een integrale aanpak te bevorderen.

Een integrale aanpak vereist echter een andere mind-set bij de ambtelijke organisaties. Met name vanwege de financiële beperkingen zijn de organisaties steeds meer gericht op de uitvoering van hun eigen taken en zien minder de noodzaak om gezamenlijke doelstellingen te realiseren.

Verder brengt de beperkte opsporingscapaciteit met zich mee dat een selectie moet worden gemaakt in de te vervolgen zaken, met als gevolg dat de overige “zaken” blijven liggen dan wel anderszins moeten worden afgehandeld. Voor zover de overige zaken bestuursrechtelijk dan wel fiscaalrechtelijk worden aangepakt, wordt het beoogde effect dat “criminaliteit niet loont” gesorteerd. Uitgaande van de gedachte dat strafrecht als ultimum remedium zou moeten gelden, moeten de overige interventiesystemen een prominentere rol spelen in het kader van sanctietoepassing.

De Staat van de rechtshandhaving is digitaal beschikbaar op de website www.raadrechtshandhaving.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

RAAD VOOR DE RECHTSHANDHAVING