Eindrapport Inspectieonderzoek Jeugdreclassering in Curaçao

Willemstad, 30 juli 2013 – De Raad voor de rechtshandhaving (de Raad) is een rechtspersoonlijkheid bezittend inter-landelijk orgaan van Curaçao, Sint Maarten en Nederland (voor zover het betreft de BES-eilanden). De Raad is ingesteld bij Rijkswet van 7 juli 2010: de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving.

Vandaag heeft de Raad het rapport jeugdreclassering gepubliceerd. De Raad heeft gekozen om een inspectieonderzoek te verrichten naar jeugdreclassering, aangezien de Raad wettelijk belast is met toezicht op instanties belast met (jeugd)reclassering.

Dit inspectierapport betreft de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de Jeugdreclassering in Curaçao.

Kinderen hebben recht op een gezonde en evenwichtige groei en ontwikkeling. Dit recht is opgenomen in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Door verschillende omstandigheden, oorzaken en redenen kunnen jeugdigen op het criminele pad belanden waardoor de overheid op een gegeven moment moet ingrijpen. De overheid heeft daarbij de plicht om passende- en zo nodig dwingende maatregelen te treffen.

Volgens artikel 40 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind zijn Staten ertoe verplicht om het kind te stimuleren tot een opbouwende rol in de samenleving na het begaan van een strafbaar feit. Het bieden van Jeugdreclassering is een middel hiertoe en dient daarom op verantwoorde wijze te worden uitgevoerd.

De Raad onderzoekt in deze inspectie in hoeverre en op welke wijze invulling wordt gegeven aan de Jeugdreclassering in Curaçao. Ter beantwoording van deze onderzoeksvraag zijn de volgende deelvragen geformuleerd:
1. Welke organisatie(s) voeren de Jeugdreclassering uit en welke samenwerkingsafspraken zijn er?
2. Welke deelactiviteiten worden verricht in het kader van Jeugdreclassering?
3. Welke nadere voorschriften / richtlijnen ten aanzien van de te onderscheiden deelactiviteiten gelden en worden deze uitgevoerd?
4. Welke andere instellingen worden ingeschakeld in het kader van de uitvoering van de Jeugdreclassering en hoe wordt samengewerkt?

Op grond van de deelvragen kunnen drie activiteiten worden geïdentificeerd. De Raad heeft de drie activiteiten als toetsingskader gehanteerd bij de beoordeling op welke wijze invulling wordt gegeven aan de Jeugdreclassering op Curaçao en wat de kwaliteit daarvan is. Aan de hand van dit toetsingskader beoordeelt de Raad in hoeverre de organisatie belast met Jeugdreclassering haar taken uitvoert. Die activiteiten zijn:

• Voorlichting en advies;

• Het uitvoeren van verplichte begeleiding;

• Coördinatie taakstraffen.

De algemene conclusie van de Raad is dat ondanks het feit dat het de bedoeling was dat de Raad voor het Welzijn van het kind / Voogdijraad Kòrsou (Voogdijraad) sinds de invoering van het nieuwe wetboek van Strafvordering in
1997 de zorg voor de Jeugdreclassering zou krijgen, de daarvoor noodzakelijke beslissingen niet zijn genomen. De Voogdrijraad werd niet formeel aangewezen als de instantie belast met de Jeugdreclassering en de benodigde middelen voor de verantwoorde uitvoering van deze taak werden evenmin beschikbaar gesteld. Daardoor hebben zij geen uitvoering kunnen geven aan de jeugdreclasseringstaken.

In de praktijk is er geen sprake van een volwaardig traject bestaande uit begeleiding, toezicht en nazorg van de jeugdigen. De Raad komt tot de conclusie dat daardoor thans aan een volwaardige jeugdreclassering in de justitiële jeugdketen ontbreekt.

Jeugdreclassering vindt plaats in een strafrechtelijk kader en kan in diverse fasen van strafvervolging of straftenuit- voerlegging worden toegepast. De instelling die wettelijk verantwoordelijk moet zijn voor de uitvoering van de Jeugdreclassering moet nog formeel via een landsbesluit worden aangewezen. Bepaalde taken van de Jeugdreclassering worden uitgevoerd door de huidige sectie Jeugd en Justitie van de Voogdijraad.

De Raad heeft gedurende het onderzoek geconstateerd dat er onvoldoende overlegmomenten en werkafspraken zijn binnen het Jeugdreclasseringstraject en tussen de diverse betrokken instanties. Tevens concludeert de Raad uit interviews dat werkafspraken niet zijn vastgesteld en dat er geen gedegen dossiervorming is met betrekking tot de jongeren die het jeugdreclasseringsproces hebben doorlopen.

Voor wat betreft de voorlichtings- en advieswerkzaamheden van de Jeugdreclassering is de Raad tot de conclusie gekomen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd conform de vastgestelde werkwijze en kwaliteitseisen. Voor wat betreft de wijze van het adviseren gedurende de zittingen concludeert de Raad dat er daaromtrent binnen het justitieel veld geen uniforme gedachtengang bestaat en dat diverse instanties en betrokken professionelen afwijkende mening en visie hebben over de invulling die moet worden gegeven aan eerdergenoemde activiteit.

De werkzaamheden met betrekking tot de verplichte begeleiding van de jeugdigen worden niet uitgevoerd door de Voogdijraad. Het uitvoeren van deze werkzaamheden is afhankelijk van het besluit van de Minister om de Jeugdreclassering al dan niet daadwerkelijk volledig op te zetten. De Minister zou tevens kunnen opteren om hetBargestraat-project uit te voeren. In het kader van het Bargestraat-project is men voornemens om een afdeling Jeugdreclassering op te richten3.

De Raad concludeert dat de coördinatie van de opgelegde taakstraffen in de praktijk wel door de Voogdijraad wordt uitgevoerd. Er zijn evenwel vanaf de 2e kwartaal van 2012 geen leerstraffen meer geëxecuteerd en gecoördi neerd wegens het ontbreken van financiële middelen. De taakstraffen worden in beperkte mate uitgevoerd vanwege een beperkt aantal locaties waar de taakstraffen kunnen worden uitgevoerd. Tevens concludeert de Raad dat er geen sprake is van gedegen registratie of dossiervorming van deze werkzaamheden, waardoor het niet mogelijk is om de kwaliteit en effectiviteit van de werkzaamheden te toetsen aan de vastgestelde werkwijze en kwaliteitseisen.

Aanbevelingen

• Wijs de Raad voor het Welzijn van het kind / Voogdijraad Kòrsou formeel via een landsbesluit aan overeenkom- stig artikel 1:18 wetboek van strafrecht als de instelling die wettelijk verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Jeugdreclassering.
• Beschrijf en stel vast de nieuwe werkprocessen met betrekking tot de Jeugdreclassering.
• Stel de benodigde middelen voor de verantwoorde uitvoering van de Jeugdreclassering beschikbaar.

Het Bargestraat-project omvat het concept van een veiligheidshuis, het opzetten van een afdeling Jeugdreclassering en implementatie van het HALT-traject.

• Stel op korte termijn de middelen beschikbaar voor het uitvoeren van leerstraffen in de vorm van trainingen.
• Draag er zorg voor dat de organisatie verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdreclassering beschikt over gekwalificeerd personeel voor het uitvoeren van de taken van de Jeugdreclassering .
• Neem een formeel besluit inzake de plannen voor de HALT-afdoening en het opzetten van een veiligheidshuis.
• Neem een formeel besluit inzake het aanstellen van Jeugdagenten.
• Draag er zorg voor het zo snel mogelijk afronden van de bouw van een Justitiële Jeugdinrichting (JJI).
• Draag er zorg voor dat de werkzaamheden met betrekking tot de nieuwe maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige door de organisatie verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdreclassering worden uitgevoerd.
• Draag er zorg voor dat de werkzaamheden met betrekking tot de nieuwe maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen door de organisatie verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdreclassering worden uitgevoerd.
• Draag er zorg voor dat de organisatie verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdreclassering overgaat tot het formuleren van regels, criteria, inhoud en duur van projecten en categorieën van strafbare feiten die in aanmerking komen voor de HALT-afdoening.

• De Raad voor het Welzijn van het kind / Voogdijraad Kòrsou dient een opleidingsplan te ontwikkelen en te implementeren.
• De Raad voor het Welzijn van het kind / Voogdijraad Kòrsou dient structureel overleg te voeren met het Korps Politie Curaçao, het Openbaar Ministerie, het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, het Gouvernements Opvoedingsgesticht, scholen / schoolbesturen en Brasami.
• Documenteer en registreer de werkafspraken die gedurende de werkoverleggen worden gemaakt.
• Maak concrete afspraken met het OM omtrent de procedure voor advisering tijdens zittingen.
• Draag zorg voor voldoende locaties voor het tenuitvoerleggen van de taakstraffen.
• Draag op korte termijn zorg voor een gedegen systeem van registratie en dossiervorming met betrekking tot de jongeren die het jeugdreclasseringsproces hebben doorlopen. Het systeem dient alle facetten en werkzaamhe- den van het jeugdreclasseringsproces te bevatten.

• Betrek andere instanties die ook raakvlakken hebben met het jeugdreclasseringstraject, zoals de gezinsvoogdij- instelling en het GOG bij het justitieel casusoverleg. Maak eenduidige afspraken omtrent de bedoeling van genoemde overlegstructuur en documenteer en registreer de gemaakte werkafspraken.
• Maak concrete afspraken met de Voogdijraad om in een zeer vroeg stadium van detentie met el kaar in contact te treden en informatie uit te wisselen over zaken waarbij jeugdigen zijn betrokken.
• Overleg en maak concrete afspraken met de Voogdijraad voor wat betreft de wijze waarop invulling moet worden gegeven aan het adviseren gedurende de zittingen.
• Betrek de Voogdijraad bij het formuleren van regels, criteria, inhoud en duur van projecten en categorieën van strafbare feiten die in aanmerking komen voor de HALT-afdoening.

Mr. G.H.E. Camelia
Raadslid namens Curaçao

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *