Lopende onderzoeken BES

 Werkzaamheden 2020

1. Algehele review aanbevelingen Raad
De Raad heeft vanaf 2012 meer dan 100 inspectierapporten uitgebracht. De
Raad onderzocht de effectiviteit, de kwaliteit van de taakuitoefening en het
beheer van de organisaties van de justitiële keten in Curaçao, Sint Maarten,
Bonaire, Sint Eustatius en Saba, als ook de kwaliteit en effectiviteit van de
justitiële samenwerking tussen de landen.
Het monitoren van de opvolging van aanbevelingen gebeurt al enige jaren, zij
het zonder daarover direct apart te rapporteren. Tot op heden vond
monitoring plaats bij het instellen van een vervolgonderzoek na tenminste
twee jaar (review) of ten behoeve van de jaarlijkse Staat van de
rechtshandhaving. Vanaf 2020 wil de Raad het monitoren van de uitvoering
van aanbevelingen intensiveren om daarmee de opvolging van aanbevelingen
te stimuleren en bij te dragen aan de implementatie ervan. De Raad zal met
ingang van 2020 onderzoek doen naar de wijze waarop uitvoering is gegeven
aan de aanbevelingen. De Raad wil hierbij ook aandacht besteden aan de
effectiviteit bij de realisatie van aanbevelingen, en op de ruimte en middelen
die de organisaties daarvoor krijgen. Ook is het van belang om aanbevelingen
op hun actuele waarde te beoordelen, mede tegen de achtergrond van de
ontwikkeling van de instanties, van de keten en van de rechtshandhaving in
zijn geheel.
De Raad zal op basis hiervan (korte) rapportages aan de minister en de
organisaties aanbieden en uniforme en gebruiksvriendelijke ´dashboards´
opstellen. Op deze manier kan de Raad beter het effect van zijn
aanbevelingen meten en kan er door de minister of de organisaties – zo nodig
– tijdig worden bijgestuurd. Het voorgaande mondt uit in een (gebruikelijk)
inspectierapport van de Raad. Langs deze weg wordt ook gewaarborgd dat
de parlementen – via de ministers van Justitie – geïnformeerd en betrokken
zijn en blijven.
Om de resultaten van de algehele monitoring te kunnen vergelijken en best
practices binnen de rechtshandhavingsketen van de landen te kunnen
identificeren, zal de Raad de monitoring zoveel mogelijk op vergelijkbare wijze
uitvoeren met teams samengesteld uit de inspecteurs van alle vestigingen.
Voor wat betreft de opvolging van de aanbevelingen bevinden de landen zich
in verschillende stadia van ontwikkeling van de strafrechtketen, waardoor de
diepgang van het monitoren enigszins zal verschillen.

2. Doorlooptijden
In 2020 verricht de Raad een onderzoek naar de doorlooptijden van
strafzaken in de strafrechtsketen. Met dat onderzoek beoogt de Raad inzicht
te krijgen in zowel de duur van strafzaken als in het aandeel van elk van de
organisaties in die doorlooptijden.
Dit onderzoek stond reeds op het jaarplan 2019 voor secretariaat Sint
Maarten en zal gezamenlijk met de andere secretariaten voor alle landen
worden uitgevoerd. Naar verwachting zal voor dit onderzoek veel
dossieronderzoek nodig zijn, hetgeen relatief tijdrovend is. Gelet op de
omvang van de andere onderzoeken verwacht de Raad derhalve niet eerder
dan 2021 een rapportage te kunnen opleveren.

3. Detentieonderzoeken & monitoring aanbevelingen CPT
Net als in de jaren 2016 t/m 2019 zal de Raad de opvolging van de door de
Raad en de CPT geformuleerde aanbevelingen monitoren. Deze activiteit
vloeit voort uit een verzoek uit 2015 van het Justitieel Vierpartijenoverleg
(JVO), het halfjaarlijkse overleg van de ministers van Justitie (&Veiligheid) van
de verschillende landen binnen het Koninkrijk, en is periodiek herhaald,
laatstelijk in juli 2019.

4. Staat van de rechtshandhaving
De Raad brengt elk jaar een Staat van de rechtshandhaving uit conform
artikel 33 van de Rijkswet. In de loop van de jaren heeft dit zich van een
beknopt document ontwikkeld naar een rapport waarin met een
overkoepelende blik verslag wordt gedaan van de staat waarin de
rechtshandhaving zich in het voorgaande jaar of jaren bevindt.
Voor wat betreft Sint Maarten en Curaçao;

8. Handhavingsinstrumentarium Caribisch Nederland
Tien jaar na de staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk, acht de
Raad een onderzoek passend naar de werking van het systeem van
handhaving, waarbij mede kan beoordeeld of uitvoeringsorganisaties over
toereikende handhavingsinstrumenten beschikken.
In 2010 is voor wat betreft Caribisch Nederland in het kader van de
staatkundige hervormingen grotendeels de geldende NA-wetgeving
overgenomen. Vanwege legislatieve terughoudendheid gedurende de eerste
5 jaar na de transitie is die wetgeving nauwelijks aangepast. Echter de
daaropvolgende 5 jaar zijn er evenmin fundamentele aanpassingen geweest.
De voorgenomen invoering van het jeugdstrafrecht is na 10 jaar de eerste
grote vernieuwing. De vraag rijst of het wettelijk kader nog voldoende
toereikend is voor de rechtshandhaving. Deze vraag is mede relevant omdat
de wet- en regelgeving zelf ten tijde van 2010 ook al sinds jaren niet was
gemoderniseerd.
De Raad wil mede onderzoeken of het strafrechtelijk instrumentarium aansluit
op de normen die op in Caribisch Nederland gangbaar is. De Raad zal daarbij
oog houden voor de lokale context, maar ook kijken naar de lange-termijnvisie
ten aanzien van de rechtshandhaving en het hiertoe benodigd
instrumentarium (zie ook Staat van de rechtshandhaving 2018).
Het onderzoek zal vanwege zijn omvang en complexiteit naar verwachting de
duur van het jaarplan overschrijden.
De Raad verwacht met dit onderzoek inzicht(en) te bieden in het geldende
rechtssysteem van Caribisch Nederland en in de mate waarin modernisering
en aanpassing daarvan noodzakelijk zijn. Daarmee hoopt de Raad bij te
dragen aan de kwaliteit en effectiviteit van de rechtshandhaving in Caribisch
Nederland.

Verloop uitvoering jaarplan
De Raad constateert dat vanwege diverse omstandigheden – met name de
gevolgen van orkaan Irma en de bijstand die in verband daarmee door de
beide andere secretariaten aan het secretariaat Sint Maarten moest worden
gegeven – in 2018 en 2019 de secretariaten niet in staat zijn geweest om alle
in het jaarplan 2019 opgenomen inspecties af te ronden. Deze zullen in 2020
worden afgerond.
De Raad hanteert een meerjarenplanning voor wat betreft te verrichten
onderzoeken. Voor zover mogelijk zal de Raad indien er aanleiding toe is,
onderzoek verrichten in aanvulling op de in dit jaarplan 2020 vermelde
onderzoeken.

RAAD VOOR DE RECHTSHANDHAVING